3
January
2020

Verhouding bacteriën vs. lichaamscellen lager dan gedacht

De verhouding tussen het aantal bacteriën in en op het lichaam en het aantal lichaamscellen ligt lager dan gedacht.

Decennialang gingen wetenschappers er vanuit dat de verhouding tussen het aantal bacteriën in en op het lichaam en het aantal lichaamscellen rond de 10:1 lag. Dit aantal vindt zijn oorsprong in de jaren zeventig, toen microbioloog Thomas Luckey een schatting maakte van het aantal bacteriën dat mensen bij zich dragen. Hij baseerde zich daarbij op de hoeveelheid bacteriën in ontlasting, waarbij hij ervan uitging dat er in één gram ontlasting 1011 bacteriën zitten. Dit rekende hij vervolgens om naar het totale volume van het maag-darmkanaal, van mond tot anus. (1)

Er bestonden al langere tijd vermoedens dat deze cijfers niet klopten. Zo gaf de American Society of Microbiology in een rapport uit 2014 al aan dat de verhouding vermoedelijk dichter bij de 3:1 ligt. (2) Drie Canadese en Israëlische wetenschappers kwamen begin januari met nieuwe cijfers, namelijk 1,3 : 1, uitgaande van een 20-30 jaar oude man van 70 kg en 1,70 m lang. (3)

Niet alleen zou het aantal bacteriën lager liggen dan aanvankelijk geschat werd, maar het aantal menselijke cellen is ook hoger. Zo bevinden de meeste bacteriën zich in de dikke darm, die maar een klein deel uitmaakt van het spijsverteringskanaal. De hoeveelheid bacteriën in ontlasting is dus niet representatief voor het aantal bacteriën in het volledige maag-darmkanaal. De schatting van het aantal menselijke cellen was gebaseerd op de massa van vet- en spiercellen. Het grootste aantal cellen in het menselijk lichaam wordt echter gevormd door rode bloedcellen. Dit zijn de kleinste en lichtste cellen, die slechts een fractie van de massa voor hun rekening nemen. Tel je de rode bloedcellen mee, dan verschuift de verhouding nog verder.

De verhouding is echter ook afhankelijk van geslacht, leeftijd en gewicht. Zo hebben vrouwen een lager aantal rode bloedcellen, waardoor zij in verhouding meer bacteriën hebben. Het is daarom vrijwel onmogelijk om een verhouding te geven die voor iedereen opgaat. Wel kan inmiddels met enige zekerheid gesteld worden dat de verhouding bacteriën: lichaamscellen lager ligt dan 10:1. Dat neemt niet weg dat het aantal bacteriën dat we met ons meedragen nog altijd enorm groot is, of dit nu 100.000.000.000.000 (1014) is of 1.000.000.000.000 (1012) .

Referenties

1. Nature News: Scientists bust myth that our bodies have more bacteria than human cells.
2. Human Microbiome FAQ - A report from The American Academy of Microbiology
3. Sender, R., Fuchs, S., & Milo, R. (2016). Revised estimates for the number of human and bacteria cells in the body. bioRxiv, 036103.

27
November
2016

bacterie

Lichaamscellen

Maag-darm-kanaal